Hartelijk welkom op onze website

De opvangcentra voor vogels in Nederland zijn allemaal op zichzelf staande centra, meestal in de vorm van een stichting. Van samenwerking tussen de verschillende centra was maar in beperkte sprake. De opvangcentra hebben wel eenzelfde doel en van concurrentie is geen sprake. Dus zou samenwerking voor de hand liggen. Dat is er echter tot voor kort, individuele contacten daargelaten, nooit van gekomen.

Omdat de opvangcentra, zowel bestuurlijk als werkinhoudelijk, vaak dezelfde problemen tegenkomen, ligt het voor de hand om de krachten te bundelen. Ook hier geldt: “twee weten meer dan één”. Naast allerlei praktische vraagstukken, die zich voordoen bij de opvang van vogels, is ook het draaiende houden van de centra in zakelijk en financieel opzicht vaak een probleem.

De stichting probeert alle krachten te bundelen. Dat is nodig omdat het werkterrein van bijna alle centra veel breder is dan de opvang van vogels. Naast vogels worden ook andere dieren opgenomen. Met uitzondering van honden en katten (daar heeft de overheid een wettelijke taak) worden meestal alle zoogdieren opgenomen.

De centra zijn nadrukkelijk geen asiel, maar zijn bedoeld voor de opvang van vogels en dieren, die door ziekte, verwonding of verwezing of door toedoen of nalaten van mensen, niet zelfstandig in de vrije natuur kunnen overleden. De dieren blijven niet in de centra, maar het is het streven van  nelk centrum om de dieren op te laten knappen en weer vrij te laten. Daar is veel kennis voor nodig.

Alle centra werken met vrijwilligers. Slechts op een beperkt aantal centra is een beroepskracht aanwezig. Naast vrijwilligers bieden de meeste centra stageplaatsen aan studenten. Ook mensen, die door welke oorzaak dan ook niet of (nog niet) kunnen deelnemen aan het reguliere arbeidsproces, kunnen bij de centra vaak een plaats krijgen.

Door het steeds groter wordend aanbod van vogels en dieren neemt ook de taak van de centra toe. Er is veel kennis nodig om het uiteindelijke doel te bereiken. Kennis die bijna altijd wel bij één van de centra te vinden is.

Daarnaast vervullen alle centra ook een educatieve taak. Scholen kunnen er altijd terecht. Er zijn centra, die daarover concrete afspraken hebben met scholen of leerstof t.b.v. scholen aanbieden. Natuurlijk is er een openstelling voor publiek en worden er bijna overal “open dagen” georganiseerd.

U zult met ons kunnen constateren, dat de bedrijfsvoering van de centra vanwege de vele parttime krachten, de lange opstelling en de veelheid van taken lastig is. Dat geldt zowel voor de betaalde als de vrijwillige beheerder van een centrum.

Tot slot hebben alle centra nog een overeenkomst en dat is de slechte financiële situatie. Centra kunnen voor dierenonderkomens enz. vaak wel een beroep doen op verschillende fondsen, maar kunnen dat “geoormerkte” geld nooit aanwenden om hun huishouding draaiende te houden. Bestuurlijk is het dan ook vaak de eindjes aan elkaar knopen.

Door de krachten te bundelen en op te treden namens alle centra, hoopt de stichting voor fondsen, maar ook voor de commerciële bedrijven een aantrekkelijk partner te zijn.